simplebooklet thumbnail

of 0
Hoofdstuk 1
‘Kim?’ Mijn moeder klopt op mijn slaapkamerdeur. ‘Ben je klaar? Het is kwart voor elf. Over een
kwartier zijn je vriendinnen er. En je hebt nog niet eens ontbeten.’ ‘Ja,’ mompel ik. ‘Ik kom eraan.
Nog een paar minuutjes.’ Dat is gelogen, want ik moet mijn tas nog pakken. Maar mijn moeder werkt
op mijn zenuwen. ‘Zal ik alvast een boterham voor je smeren?’ ‘Dat hoeft niet, mam. Ik heb geen
honger.’ ‘Kim, je moet echt wat eten. Het ontbijt is de belangrijkste maaltijd van de dag.’ Mama
klinkt als een schooljuf. ‘Wat wil je op je boterham?’ Ik zucht. Weigeren heeft geen zin, weet ik.
‘Appelstroop.’ ‘Zal ik er twee klaarmaken?’ ‘Doe maar.’ Ze loopt weg, gelukkig. Ik open mijn
kledingkast. Waar is mijn strakke spijkerbroek gebleven? Ik speur de planken af. Alle kleren liggen
keurig op kleur gesorteerd. Een project van mijn moeder. de grond, maar ik heb mijn strakke
spijkerbroek gevonden. Zo netjes mogelijk leg ik de andere broeken terug. Ik hoor mama al
mopperen als ik dat niet doe. Wat heb ik nog meer nodig? Een dikke trui, onderbroeken, sokken, een
muts, gympen, laarzen, handschoenen. Een voor een leg ik de spullen in mijn reistas. Als laatste pak
ik een zwart jurkje. Voor het geval we gaan stappen. Ik moet lachen bij het idee. Waarschijnlijk
komen we het huisje niet uit. Volgens Abby was het dichtstbijzijnde buurtcafé zes kilometer
verderop. In de badkamer controleer ik de inhoud van mijn toilettas: tandenborstel, tandpasta,
borstel, shampoo, conditioner, make-up. ‘Kim, waar blijf je?’ roept mijn moeder onder aan de trap.
‘Ik kom, ik kom,’ roep ik terug, terwijl ik naar mijn slaapkamer ren. Ik prop de laatste dingen in mijn
tas. Heb ik alles? Van het bureau pak ik Abby’s mail.
Van: Abby Laakman <abbylovelaakman@hotmail.com> Aan: Pippa van Dam <pippaatje@planet.nl>;
Kim Bos <kim1234bos@hotmail.com>; Feline de Gelder <felinedegelder@cs.com> Onderwerp:
Ardennen Ontvangen: 17 december Hey liefjes,
Nog drie nachtjes slapen! Ik heb een lijst gemaakt van de dingen die jullie moeten
meenemen. De boodschappen heb ik verdeeld. Lees dit mailtje please goed, want er zijn
geen winkels in de buurt. Vergeet dus niks! kleding (het kan daar echt megakoud zijn, dus
neem veel warme kleren mee: muts, sjaal, handschoenen, truien etc.) dekbedovertrek,
kussensloop, hoeslaken
Oeps, ik ben dus toch iets vergeten. Ik loop naar de linnenkast op de gang en pak een keurig
opgevouwen stapeltje beddengoed. Het past nog precies in mijn reistas. Ik lees verder.
eten (we slapen vier nachten in het huisje, dus koop genoeg!):
• Pippa: wijn, bier, fris etc.
• Feline: ontbijt/lunch (inclusief melk)
• Kim: snackjes, snoep en borrelhappen
• Abby: avondeten
Pippa en ik gaan zaterdag naar de Appie om de flessen drank met de auto te halen. Dat was
het volgens mij wel. ma moeten zich geen zorgen maken als we niet meteen terugbellen, ha,
ha. Ja, ladies, we zitten echt in the middle of nowhere... We rijden 24 december in de loop
van de dag weer terug naar Amsterdam. Tot zondagochtend elf uur (en morgen natuurlijk op
school, godzijdank nog maar één dag en dan is het kerstvakantie).
Big hug A.
O, ik hoop zo dat het leuk wordt. Deze trip hebben we maanden geleden gepland. Toen de zon nog
scheen en een paar dagen Ardennen een fantastisch voorstel van Abby leek. Maar nu twijfel ik eerlijk
gezegd een beetje. De dag na de kerstvakantie starten onze tentamens. En ik moet nog heel veel
leren. Ik staar naar mijn schoolboeken die over het bureau verspreid liggen. Wiskunde, Nederlands,
biologie. Ze lijken te roepen:
Neem ons mee, neem ons mee, straks haal je een slecht cijfer. Met een diepe zucht stop ik de
boeken in mijn tas. Ik hoor buiten getoeter. Snel loop ik naar het raam. Voor ons huis staat een grote,
grijze terreinwagen. Pippa zit op de bestuurdersplaats. Naast haar zit Abby. Ik zwaai naar de meiden.
Pippa tikt tegen haar horloge. Haar mond beweegt. Volgens mij zegt ze: ‘Schiet je op?’ Ik knik en
steek twee vingers op. Twee minuten. ‘Zijn ze er?’ Mijn moeder steekt haar hoofd om de deur. ‘Ja.’ Ik
hang mijn tas over mijn schouder en check of mijn mobieltje erin zit. ‘Zie je wel, nu heb je geen tijd
meer om te ontbijten.’ ‘Hm-m,’ mompel ik. Mama slaat haar armen over elkaar. ‘Doe je dat aan?’
Verbaasd kijk ik naar mijn spijkerbroek en grijze vestje. ‘Ja, hoezo?’ ‘Dat is veel te koud. Het gaat dit
weekend sneeuwen in de Ardennen. Heb je niet iets warmers?’ ‘Hè, toe nou, mam. Ik heb een dikke
trui in mijn tas.’ ‘Heb je schone onderbroeken en sokken bij je?’ ‘Ja, mam.’ ‘En een sjaal?’ ‘Ja-ha.’ Ik
loop de gang op, naar een kamerdeur met een bordje NIET STOREN 220 VOLT . Zonder te kloppen
gooi ik de deur open. ‘Ik ga, doei.’ Mijn broertje zit in zijn badjas achter de computer. Hij kijkt niet op.
‘Floris, zeg eens gedag. Kim komt donderdag pas terug.’ ‘Lekker rustig,’ mompelt Floris. ‘Doen jullie
de deur dicht? Het wenkbrauwen. ‘Ja, mam. Pippa is de enige met een rijbewijs.
‘Pippa?’ Er verschijnt een zorgelijke frons tussen haar wenkbrauwen. ‘Ja, mam. Pippa is de enige met een rijbewijs. Abby en Feline zijn nog maar 17. En trouwens, het is de auto van Pippa’s moeder. Je moet niet overal zo’n probleem van maken. Pippa rijdt hartstikke goed.’

Ik vertel er maar niet bij dat ze de afgelopen maand al drie snelheidsbekeuringen heeft gekregen. ‘Komen jullie donderdag een beetje op tijd thuis? We vieren kerstavond bij oma in Den Bosch. Ik wil daar rond vijf uur zijn. Oké?’ ‘Oké.’ Ik til mijn tas de trap af. Mijn vader komt uit de keuken gelopen. ‘Prinses, daar ben je dan eindelijk. Geef die zware tas maar aan mij. Heb je er zin in?’ ‘Wat dacht je?’ zeg ik glimlachend. Mama glipt de keuken in. Over haar schouder roept ze: ‘Neem je dat rode donsjack mee? Die andere jas is te dun.’ Mijn vader grijnst. Ik rol met mijn ogen. ‘Ja, mam.’ ‘Jeetje, wat zit hierin?’ Pap voelt aan mijn reistas. ‘Beton? Bakstenen? Een harnas?’ ‘Kleren.’ ‘Kleren, natuurlijk.’ Hij schiet in de lach. ‘Wat stom van me. Dat had ik zelf kunnen bedenken.’ ‘En, eh, ook wat studieboeken,’ geef ik schoorvoetend toe. Pap geeft een tikje op mijn neus. ‘Wel genieten, hoor, prinses. Er is meer in het leven dan school.’ Mijn moeder komt aangesneld en duwt een plastic zakje in mijn handen. Ik kijk naar de inhoud. Twee boterhammen. De appelstroop toon in mijn moeders stem. ‘Kom, je moet gaan. Heb je alles?’ Ze loopt naar de voordeur en tilt de Albert Heijn-tas op die daar al vanaf gistermiddag staat. ‘Ik neem de boodschappen mee.’ Van de kapstok pak ik mijn rode jas. Mama is met het slot van de voordeur bezig. Snel stop ik het boterhamzakje in mijn zak. Er is onderweg vast wel ergens een plek waar ik het pakketje kan weggooien. Het is koud buiten. Ik zwaai naar de meiden. Pippa’s raampje gaat een stukje naar beneden. ‘Hè, hè, daar ben je eindelijk. We staan al uren te wachten. Gooi je tas maar achterin.’ Ik wil zeggen dat ze er pas vijf minuten zijn, maar het raampje gaat dicht. Ik haal mijn schouders op en loop over het bevroren gras naar de auto. Met een klik gaat de achterklep open. De bagageruimte ligt vol met spullen: een witte koffer, twee weekendtassen, kratten met drank en fris, boodschappentassen, cd’s, een slaapzak. Papa legt mijn reistas bovenop. ‘Nou, nou, jullie hoeven geen honger te lijden.’ Pap grijnst en pakt de Albert Heijn-tas van mama aan. ‘Gelukkig heb jij ook nog wat spulletjes gekocht.’ Hij slaat de klep dicht.

Ik open het achterportier en klim naast Feline. ‘Hé, Kimmie. Hoe gaat-ie?’ Ze schuift opzij over de beige leren bank. ‘Goed.’ Ik kijk naar haar gezicht, wit met donkere wallen. ‘Maar jij ziet eruit alsof je gisteravond een feestje hebt gehad.’ ‘Was dat maar zo.’ Feline zucht. ‘Ik ben snipverkouden. Ik heb de hele nacht liggen hoesten.’ ‘Goedemorgen meiden.’ Mijn vader steekt zijn hoofd door de deuropening. Abby draait zich op de bijrijdersstoel om. ‘Dag, meneer Bos.’ Pippa en Feline knikken naar mijn vader. ‘Veel plezier in de Ardennen,’ zegt hij. ‘Wat jullie ook gaan uitspoken, geniet ervan.’ ‘Dat zullen we zeker doen.’ Abby giechelt. Mama klopt op het zijraam. ‘Stuur je een sms’je als jullie er zijn?’ ‘Nee, natuurlijk doet ze dat niet,’ zegt mijn vader. ‘Die meiden hebben wel wat anders aan hun hoofd dan sms’jes naar hun bezorgde ouders te sturen. Ze lopen echt niet in zeven sloten tegelijk.’ Hij gooit de deur dicht. ‘Kom, wegwezen met die auto.’ Zijn woorden klinken nu gedempt door het gesloten portier. ‘Wat een goed idee,’ mompelt Pippa. Ze start de auto. We rijden achteruit over de oprit, het hek door en de straat in. Papa werpt me een kushand toe. Mama zwaait. En dan zijn we weg.